Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
31
Onbepaalde
w ij s.
Onvolt. verl. tijd
der
Aantoon. Aanvoeg,
wijs. wijs.
Verleden
deelwoord.
trügen, bedriegen. trog. tröge,
verderben, verderven, ^verdarb, verdürbe,
bederven.
verdriessen, verd rieten. verdross. verdrösse,
vergessen, vergeten. vergass. vergässe.
verlieren, verliezen. verlor, verlöre,
wachsen, wassen (groeien), wuchs. wüchse,
waschen, wasschen(sclioon wusch. wüsche.
maken).
wägen, wegen ('t gewicht wog. woge.
onderzoeken).
"^weben, weven. wob. wöbe,
weichen, wijken. wich, wiche,
weisen, wijzen. wies. wiese,
wenden, wenden. ^wandte, wendete,
werben, werven. warb, wärbe
{würbe).
werden, worden. wurde. würde
werfen, werpen. warf würfe
[würfe).
wegen(zwaarzijn). wog. wöge,
winden, winden. wand. wände,
wissen, weten. wusste. wüsste.
wollen, willen. * wollte,
reihen, beschuldigen, aan- zieh. ziehe.
tijgen.
ziehen, trekken. zog, zöge,
zwingen, dwingen. zwang, zwänge.
getrogen,
verdorben.
verdrossen.
vergessen.
verloren.
gewachsen.
gewaschen.
gewogen.
gewoben.
gewichen.
gewiesen.
gewandt,
geworben.
S geworden.
) worden,
geworfen.
gewogen,
gewunden.
gewusst.
*
geziehen.
gezogen,
gezwungen.