Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
24
Wederkeerige werkwoorden.
De wederkeerige werkwoorden herkent men hier-
aan, dat zij in de onbepaalde wijs het voornaam-
woord sich (zich) vóór zich hebben, b. v.:
sich ühen^ zich oefenen.
De vervoeging gaat volkomen als die der be-
drijvende werkwoorden, doch met bijvoeging van
den vierden naamval der persoonlijke voornaam-
woorden, b. V.:
ich übe mich ik oefeu mij.
du übst dich, gij oefeut u.
er übt sich, hij oefeut zich.
wir üben uns, wij oefeneu ons.
ihr übt euch, gij oefent u. ,
sie üben sich, zij oefenen zich.
In de samengestelde tijden staat het voornaam-
woord niet ächter, maar vóór het werkwoord (juist
als in het Hollandsch), b. v.:
ich habe mich geübt, ik heb mij geoefend.
du wirst dich üben, gij zult u oefenen.
dass er sich übe, dat hij zich oefene.
Onovergankelijke werkwoorden.
Vele onvergankelijke .werkwoorden (waarvan de
werking niet op een ander voorwerp overgaat)
worden niet met het hulpwerkwoord haben, maar
met het hulpwerkwoord sein, zijn, (blz. 17), vervoegd,
bij voorbeeld:
ich bin gehommen, ik beu gekomen, enz.
ich war gefallen, ik was gevallen, enz.
ich werde gestorben sein, ik zal gestorven zijn. enz.
dass ich ertrunken wäre, dat ik verdronken ware, enz.