Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
De uitgangen zijn voor de
Aantoonende w ij s.
Onvolt. teg. tijd. Onvolt. verl. tijd.
> / le persoon e. te {ete),
) 2e st (est). test [etest).
a f 3e „ t (et). te (ete),
O)
en ten (eten),
t {et) tet \etet).
3e ,, en ten [eten).
De uitgangen zijn voor de
Aanvoegende wijs.
O n volt. teg. tijd, O n v o 11. verl. tijd.
te (ete).
test (etest).
te (ete).
i (
^ ( le persoon e.
2e n est.
a 1 3e n e.
i i le n en.
- 2e et.
a 1 3e y, en.
ten (eten),
tet (etet),
ten (eten).
De andere tijden worden gevormd door het ver-
leden deelwoord of het werkwoord met de hulp-
werkwoorden : haben, sein en werden.
(Zie de vervoeging dezer hulpwerkwoorden).
Aantoonende wijs.
Onvolt. teg. tijd. O n v o 11. verl. tijd.
ich übe, ik oefen. ich übte, ik oefende.
du übst, gij oefent. du übtest, gij oefendet»
er übt, hij oefent er übte, hij oefende.
wir üben, wij oefenen. wir übten, wij oefenden.
ihr übt, gij oefent. ihr übtet, gij oefendet.
sie üben, zij oefenen. sie übten, zij oefenden.
V O 11. t e g. t ij d. V 011. V e r 1. t ij d.
ich habe geübt. ich hatte geübt,
enz. enz.