Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
19
De e 1 w O O r d e n.
Tegenwoordig: werdend^ wordende.
Verleden: geworden, .
(na een ander verleden deelwoord : worden • »
Aantoonende wijs.
Ouvolt. tegenw. tijd. Onvolt.
ich werde^ ik word. ich wurde^
du wirü, gij wordt. ich ward,
er wird, bij wordt.
wir werden, wij worden.
ihr werdet, gij wordt.
sie werden, zij worden.
V e r 1. t ij d.
ik werd.
du wurdest, i •• ^^^a*-
du wardst, i
er wurde,
er ward,
Volt.
ich bin
du bist
er ist
wir sind
ihr seid
sie sind
On voi t.
ich werde j
du wirst I
er wird
wir werden
ihr werdet
sie werden

t e g. t ij d.
ik ben
. R'j zijt
S bij is
2- wij zijn
§ gij zijt
zij zijn
toek. tijd.
ik zal ^
gij zult
bij zal
- wij zullen
gij zult
zij zullen
(t
O
n
c.
15
B
hij werd.
wir wurden, wij werden.
ihr wurdet^ gij werdt.
sie wurden, zij werden.
Voltooid verl. tijd.
ich war
du warst
er war
wir waren
ihr wart
sie waren

ik was
gij waart
bij was
g^ wij waren
gij waart
zij waren
Voltooid toek. tijd.
ik zal ^
gij zult
hij zal
ich werde
du wirst
er wird
wir werden
ihr werdet
sie werden

> ^
l
§ wij zullen
?? gij zult
g- zij zullen
N
O n V O 11. verl. t o e k. t ij d. Volt. verl. toek. t ij d.
ich würde
du würdest
er würde
wirwürden
ihr würdet
sie würdè'n
ik zou
gij zoudt
2 hij zou
^ wij zouden
? gij zoudt
zij zouden
ich würde
du würdest
§ er würde
(T wirwürden
® ihr würdet
sie würden
s
ik zou
gij zoudt
hij zou
wij zouden
gij zoudt
zij zouden
CFQ
ct
^
O
a
rt)
p
N
/ P