Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
'286
Goeden avond, kapitein!
Hoe maakt gij hetf
Dank u, zeer goed {slecht
— zeer slecht).
Dank u voor mee belang-
stelling, ik ben ivel, niet
al te ivel.
Goed; en hoe maakt gij
hetf Zoo zoo.
Gij ziet er zeer goed uit.
Wanneer zijt gij aange-
komen ?
Hebt gij eene goede reis
gehadf
Hoe maakt het uw vader,
uwe moeder, uw broer,
uwe zuster f
Uwe familie is wel, hoop
ikf
Tot mijn leedwezen, niet
al te wel.
Zij zijn eenigszins onpas-
selijk.
Hoe maken het uwe kin-
deren f
Die zijn verkouden.
Het doet mij genoegen, u
Guten Abend, Herr Ka-
pitän !
Wie geht's Ihnen? Wie
befinden Sie sich?
Ich danke Ihnen, sehr
gut (schlecht — sehr
schlecht).
Ich danke Ihnen für die
Frage; gut, nicht ganz
gut.
Orut; und wie geht's
Ihnen? So, so. Leid-
lich. Nicht besonders.
Sie sehen recht wohl
aus.
Wann sind Sie ange-
kommen?
Haben Sie eine gute
Reise gehabt?
Wie befindet sich Ihr
Herr Vater, Ihre Frau
Mutter, Ihr Bruder,
Ihre Schwester?
Die Familie befindet sich
wohl, wie ich hoffe?
Leider nicht ganz wohl.
Eine kleine Unpässlich-
keit.
Wie befinden sich Ihre
Kinder?
I Sie haben sich erkältet.
Sie haben den Schnup-
fen.
: Es freut mich Sie zu