Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
VI. Betrekkelijke.
Manu. V r O u w, 0 n z.
welcher n-ekhe welches (verbogen als de Vrageüde),
( „ ,, „ Aauwijzeüdeh
( n M M Vragende),
VII. Onbepaalde.
der die das
wer was
VII.
Naamval,
le je'mand
2e je'mandes
3e je'mand
4e je'mand
nie'mand je'derman7i man,
nie'niandes je'dennanns
nie'mand je'dermann
n ie * man d je' dennann
,,Maa" komt slechts in den leu uaamval voor.
Vervoeging der Hulpwerkwoorden,
Hulpwerkwoord: fjabiMi^ hebben.
Onbepaalde w ij s : haben^ iiebbeu.
Deelwoorden.
Tegau w O O r d i : habend^ hebbende.
Verleden: gehabt, gehad.
A a u t O O ü e u d e w ij s.
Onvoltooid tejrenw. tijd. Onvoitooid verL tijd.
ich habe^ ik heb. ich hatte, ik had.
du hast^ 1) gij hebt. du hattest^ gij hadt.
er hat, 2) hij heeft. er hatte^ hij iiad.
wir haben, wij hebben. wir hatten, wij iiadden,
ihr habt^ 1) gij hebt. ihr hattet, gij hadt.
sie haben, zij hebben. sie katten, zij hadden*
1) In den beschaafden aüedaag-schen spreektrant zegt