Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
'247
zodenbank, die Ra"sen- ■
bank', 1*.
zoek, verlo'ren gegan'gen.
zoeken, su'chen.
7:oen, der Kuss, 1*.
zoenen, küs'sen.
zoenoffer, das Sühn"op'-
fer, 2.
zoet, süss.
zoetelief, das Herz'blatt;
die Gelieb'te.
zoetelaarnter, die Marke-
ten'derin, 5.
2oeie/u6/Ä',dieun"gerahm'-
te Milch.
zoeten, sü'ssen.
zoetjen, {niet luid:) leise ;
{niet snel;) sacht.
zolder, {in woonhuizen;)
der Bo'den, 2*; {in
pakhuizen;) der Spei'-
cher, 2.
zolderen, spei'chern.
zolderkamertje,
die Dach"stu'be, 5.
zolderraam,
das Dach"fen'ster, 2.
de zoldering, die Dec'ke, 5.
zomer, der Som'mer, 2.
zomerachtig, som"mer-
haft'.
zomergoed, die Som"mer-
klei'dung, 5.
zomerrei-ije, die Som"- i
merrei se, o.
zomersch, som"merlich'.
zon, die Son'ne, 5.
zondaar, der Sün'der, 2.
Zondag, der Sonn'tag, 1.
zondagskleeren, die Sonn"-
tagsklei'der.
zondagsschool,
die Sonn"tag9Schu'le,5.
zondares, die Sün'derin,
O.
zonde, die Sün'de, 5.
zondenbok,
der Sün"denbock, 1*.
zonder, oh'ne.
zonderling, son'derbar.
de zonderling,
der Son"derling', 1.
zondig, sünd'haft, sün'-
dig.
zondigen, sün'digen.
zondvloed, die Sünd'üut.
zonneblinden, die Jalou-
sie'en,
zonneklaar, son"nenheir,
son"nenklar'.
zonneschijf, die Son"nen-
schei'be.
zonneschijn, der Son"nen-
schein'.
zonnesteek,
der Son"nenstich', 1.
zonnewijzer, die Son"nen-
uhr',' 5, der Son"-
nenzei'ger, 2.
zonnig, son'nig, son'nicht.