Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
'229
iragentspoor,
die Wa"genspur'.
nagenvrachi,
die Wa"genfracht'.
waggelen, wac'keln, wan'-
ken.
waggelend, wac'kelnd,
wan'kend.
het ical-, die Wa'ke, 5,
die \Vii(h)'ne, 5.
waken, wa'chen.
walend, wa'chend;
{fig.) wach.
waker, der Wiich'ter, 2.
wakker, wach, wac'ker.
wal, der Wall, 1*.
aan den walkant,
am Was'ser, ara U'fer.
walvüch, der Wal'fisch,
1.
walvixchvaarder, der
Wal"fischfan'ger, 2.
walvixchvang.st,
der Wal"fischfang'.
waldhoorn,
der Wald'horn, 2*.
walgen van,
E'kel ha'ben vor.
loalglijk, e"kelhaft'.
waben, wal'zen.
wand, die Wand, 1*.
wandelen, spazie'ren.
irandeling,
der Spazier'gang, 1*.
wanen, wah'nen, mei'nen.
wang, die Wan'ge, 5.
wankelen, wan'ken;
schwan'ken.
wankelend, schwan'kend.
wanneer, wann; wenn.
want, denn.
wanten,
Faust"hand"schu'he.
wapen, die Waffe, 5;
{familiewapen:) das
Wap'pen, 2.
de wapenen, die Waffen.
wapenen, bewaffnen.
wapening,
die Bewaffnung.
wapenrusting, die Rü'-
stung, die Waf'fenrü-
stung.
wapen.^, die Wap'pen.
der Waf-
fenstill-
wapenschor-
êing,
wapenxtil-
stand,
stand, die
Waffen-
ru'he.
wapperen,
flat'tern, we'hen.
in de icar, in Un"ord'-
nung; {van geestvermo-
gens:) ir're.
waranda, der Lusf'gar'-
ten, 2*.
waren, die Wa'ren.
warm, warm.
warmen, war'men.
warmte, die War'me.