Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
'226
vruchiboora,
der Frucht'baum, 1*.
vruchtgebruik, der Niess'-
brauch, die Nutz"nie'-
ssung,
vrij, frei.
vrijaf, frei.
vrijage, die Freierei', 5.
vrijbrief, der Frei'brief, 1.
V7'ij buiter ij,
die Frei'beuterei", 5.
Vrijdag, der Frei'tag, 1.
V7ijdenker.
rrijf^praak,
die Frei"spre'chung, 5.
viijspreken,
frei"spre'chen.
vrijstaan, frei"ste'hen.
vrijstellen, frei"stel'ien
von, verscbo'nen mit.
vrijstelling, die Frei"ster-
iung.
vrijster, die jun'ge Toch'-
ter, 2*; {beminde:) die
Gelieb'te, 5.
vrijwillig, frei"wiriig.
der Frei"den'ker, 2. vrijwilliger, der Frei"wii'-
vrijelijk, frei.
vrijen, frei'en, wer'ben.
vrijer, der Frei'er, 2.
vrijgeest,
der Frei'geist, 3.
vrijgeleide,
das si'chere Geleit'.
vrijgevig, frei"ge'big.
lige, 5.
vuil, schmut'zfg.
het vuil, der Schmutz.
vuilmaken,
schmut'zig ma'chen.
vuilnis, der, das Keh'richt.
vuilnisemmer,
der Keh"richtei'mer, 2.
vrijgezel, der Jung^gesell', vuilnisophaler, der Keh"-
richtkarr'ner, 2.
vuist, die Faust, l*;roor
de vuist, aus dem Steg"-
rei'fe.
vimtrecht,
das Faust'recht.
vuistvechter,
der Fausf'kämp'fer, 2.
5.
vrijheid, die Frei'heit.
vrijkaartje, das Frei"bil-
let(t)'', 1.
vrijmetselaar,
der Frei"mau'rer, 2.
vrijmetselarij,
die Frei"maurerei'.
m;pZaa^s-,dieFrei"st;it'te, vulkaan, der Vulkan', 1;
5. der feu"erspei'ende
vrijpostig, frech, un'ver- Berg, 1.
schämt. vullen, fül'len.