Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
221
voordienen, servie'ren, die
Spei'sen auf'tra'gen.
voordochter, eine Toch'ter
aus frü'herer E'he.
voordoen, vor"iiia'chen.
voordracht, (lezing:) der
Vor'trag, 1*; hij staat
op de voordracht, er
steht auf der Kandi-
da'tenliste.
vooreerst, vor"Iau'fig ;
er'stens.
voorgaan, vor"ge'hen.
voorgaand, vo'rig.
voorganger, der Vor"gan'-
ger, 2.
voorgevel, der Vor"der-
gie'bel, 2.
voorgeven, vor"ge'ben,
V O r" wen'den.
voorgevoel, die Ah'nung,
5.
voorgrond, der Vor"der-
grund'.
de voorhand, der Vor'-
rang.
voorhanden, vorhan'den;
V O r" ra'tig.
voorheen, vormals.
voorhoofd, die Stirn, 5.
in voorhuis,
auf der Haus'flur.
voorjaar, das Früh'jahr,
der Früh'ling.
met mijne voorkennis, mit
mei'nem Vor'wis'sen.
voorkeur, der Vor'zug, 1*.
voorkind, das Kind aus
frü'herer E'he.
voor k O men, zuYor"kom'-
men; vor"beu'gen.
Hvoorkomen, das Au'-
ssere.
VOO rkomend, vor"kom'-
mend.
voorkomend, zuvor"kom'-
mend.
voorkomendheid, die
Zuvor"kom'aienheit.
voorlezen, vor"le'sen.
voorlezer, der Vor"le'ser,
2.
voorlezingy der Vor"le'-
sung, 5.
voorlichten, vor"ieuch'ten.
voorliefde, die Vor"lie'be.
voorloop, der Vor"lauf.
voo7'looper, der Vor"lau'-
fer, 2.
voorloopigj vor"lau'fig.
voormalig, vor"ma'lig.
voormiddag, der Vor'mit'-
tag, 1.
voorn, die Plöt'ze, 5.
vóórnaam, der Vor"na'-
me, 4.
voornaam, vor'nehin.
voornaamst, vor"nehm'ste.
voornacht, die Vor'nacht,
1*.