Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
'217
rlierbloesem, die Holun"-
derblii'te, 5.
vlierthee, der Flie"der-
tee', der Holun"dertee".
'i-itermsr,derDach"bo'den,
2.
vlies, das Fliess, 1.
vliesje, das Hiiut'chen, 2.
vlieten, flie'ssen.
vliezig, häutig.
vlinder, der Schmef'ter- '
ling', 1. ,
rloed, die Flut, 5. j
vloeibaar, fliis'sig.
vloeien, flie'ssen.
vloeiend, (fig.) geläu'fig.
vloeipapier, das Lösch"-
papier'.
de vloeistof, die Flüs"-
sigkeil', 5.
vloek, der Fluch, 1*.
vloekbeest, der Flu'cher, 2.
vloeken, flu'chen.
vloer, der Bo'den, 2*.
vloerkleed, der Tep'pich,
1.
vloermat, die Mat'te, 5.
vlok, (haar-:) dieLoc'ke,
5; {sneeuw-;) die Flok'-
ke, 5. 1
vloo, der Floh, 1*.
rloot, die Flot'te, 5. ;
vlot, flott geläu'fig. ^
het {hout-) vlot, das Floss,
1*.
vlucht, die Flucht.
vluchteling, der Flücht'-
ling, 1.
vluchten, flüch'ten; flie'-
hen.
vluchtig, flüch'tig.
vlug, schnell; {fig.) pfif-
fig.
het vlugschrift, die Flug'-
schrift, b.
vlijmend, schnei'dend.
vlijt, der Fleiss.
vlijtig, flei'ssig.
rocaal, vokal'.
de rocaal, der Vokal', 1.
rocht, feucht; {het rocht:)
die Flüs'sigkeit; {geest-
rijk rocht:) das Ge-
tränk', 1.
vochtig, feucht.
vochtmaat, das Flüs"sig-
keitsmass', 1.
rod, der Lum'pen, 2.
roddenmarkt, der Trö'del-
markt, 1*.
voddenraper, der Luin"-
pensamm'ler, 2.
vodderijen, Lumperei'en.
roeden, näh'ren.
het voeder, das Fut'ter.
roederen, fut'tern,füt'tern.
voeding, {van dieren:)
die Füt'terung; (r«n
menschen:) die Ernäh'-
rung.