Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
213
rernvnderen,
verwun'dern.
rericondering, die Ver-
wun'derung, 5.
Terirorpeling, der oder die
Verwor'fene, 5,
verwringerij verdre'hen.
rertrulfd, gewölbt'.
rerirulfsel, das Gewöl'be,
2.
veridjderdy entfernt'.
veririjderen, entfer'nen.
zich verwijderen,
sich entfer'nen.
verwijdering, die Entfer'-
nung, 5; (^y.) die Ent-
frem'dung, 5.
reridjt, der Vor'wurf, 1*.
verwijten, vor"wer'fen.
verijdelen, verei'teln.
■verijdeling, die Vereit'-
liing, 5.
verzachten, lin'dern.
verzachting, die Lin'de-
rung, 5.
verzadigdheid, die Satt'-
heit.
verzadigen, sät'tigen.
verzadiging,
die Sät'tigung, 5.
verzaken, ver leug'nen, ab"-
schwö'ren; (in kaart-
spel'^ verleug'nen,
nicht beken'nen; zijn
p licht verzaken, sei ne
Pflicht vernach"läs'si-
gen.
rerzamelen, sam'meln.
verzameling, die Samm'-
lung, 5.
verzegelen, versie'geln.
verzeggen, versa'gen.
verzekerde heivaring, der,
die oder das Gewahr'-
sam.
verzekeren, versi'chern.
verzekering,
die Versi'cherung, 5.
verzeilen, beglei'ten.
verzen maken, Ver'se ma'-
chen.
verzenden, versen'den.
■verzending, die Versen'-
dung, 5.
verzengen, versen'gen ;
sen'gen.
verzet, der \Vi"derstand';
die Wi'dersetz"lich-
keit'.
zich verzetten, sich wider-
set'zen, widerstre'ben.
verzinken, versin'ken.
verzinnen, ersin'nen; zich
verzinnen, sich ir'ren.
verzoek, die Bit'te, 5.
verzoeken, bit'ten; {uit-
noodigen ;) ein"la'den.
verzoeker, {vrager:) der
Bitf'stel'ler, 2; {verlei-
der:) der Versu'cher, 2.