Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
'201
verachten, verach'ten.
verademing, die Erho'-
lung, 5.
veraf, weit weg.
verafschuwen,
verab"scheu'en.
ver anderen, verän'dern.
verandering, die Verän'-
derung, 5.
veranderlijk, verän'der-
lich.
verantwoordelijk, verant"-
wort'lich.
verantwoordelijkheid, die
Veranf'wort'lichkeit.
verantwoorden, verant"-
worten.
verarmen, verar'men.
verbaasd, erstaunt'.
verband, {samenhang;) der
Zusam"menhang';
{zwachtel;) der Ver-
band'.
verbasteren, entar'ten.
verbastering, die Entar'-
tung,
verbazen, erstau'nen.
verbazing, die Erstau'-
nung.
verbed worden, um"gebet'-
tet wer'den.
zieh verbeeiden, sich ein"-
bil'den.
verbeelding, die Ein"bir-
dung, 5.
verbeiden, erwar'ten, ab"-
war'ten.
verbergen voor, verber"-
gen vor.
verbeteren, verbes'sern.
verbeterhuis, die Korrek-
tions'anstalt', 5.
verbeurd, verwirkt'.
verbeurd verklaard, konfis-
ziert; ein"gezo'gen.
verbeuren, verwir'ken.
verbieden, verbie'ten.
verbindend, verbind'lich.
verbintenis, die Verpfiich'-
tung, 5; die Verbind"-
lichkeit'.
verbitteren, erbit'tern.
verbittering, die Erbit'te-
rung, 5.
verbleeken, erblei'chen.
verblind, verblen'det.
verbünden, verblen'den.
verbloemen, verblü'men.
verblijden, erfreu'en.
verblijfplaats, der Auf-
enthalts'ort".
verbod, das Verbot', 1.
verboden, verbo'ten.
verbolgen, erzürnt'.
verbond, {bondschap:) der
Bund, 1*, das Bünd"-
nis, 1; {tractaat;) der
Traktat', 1.
het oude en nieuwe ver-
bond, der al'te und der