Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
'187
jij toertje, (hoofdtooisel:) dei
i Haar"auf'satz, 1*.
j (reisje:) der Aus'flug,
1*.
toerusten tot, sich rü'sten
zu.
!j toerusting, die Zu"rü'-
stung, 5.
toeschouwer,
der Zu"schau'er, 2.
toeschijnen, schei'nen.
toesnellen, heran"ei'len,
herbei"ei'len.
toespeling op, die An"-
spie'Iung auf.
toestaan, erlau'ben ;
(verkenen:) verlei'hen.
toestand, der Zu'stand,
1*.
toestemmend, bei"stim'-
mend.
toestemming, die Bei"-
stim'mung, 5.
toetreden tot, bei"tre'ten,
zu"tre'ten, (met datief),
toetreding, der Bei'tritt.
toets, die Pro'be; (klavier-
toets:) die Ta'ste, 5.
toetsen, auf die Pro"be
stel'len.
toetsing, die Prü'fung, 5.
toetssteen, der Probier'-
stein, 1; (fig.) der
Prüf'stein, 1.
toevallig, zu"fariig.
toevalligerwijze, zu"fär-
ligerwei"se.
toeverlaat, die Zu'flucht.
toevertrouwen ag,n,
an"vertrau'en.
toevloed, der Zu'fluss,
toevoer, die Zu'fuhr.
toewenschen, wün'schen.
zich toewijden aan, sich
wid'men (met datief),
toewijding, die Wid'-
mung.
toezegging, die Zu"sa'ge,
das Verspre'chen.
toezenden, zu"senden.
toezicht, die Aufsicht.
lof toezwaaien aan iemand,
einem Lob zollen.
toilet, die Toilet'te, 5.
tol, (speelgoed:) der Krei'-
sel, 2 ; (belasting:) der
Zoll, 1*; (tolhuis:)daa
Zollamt, 3*.
den tol aan de natuur be-
talen, den Zoll der Na-
tur' bezah'len.
tolgaarder, der Zöll'ner, 2.
tolgeld, das Zoll'geld, 3.
tolhek, der Zoll'baum, 1*;
der Schlag'baum, 1*.
tolk, der Dol"met'scher, 2.
toltarief, das ZolF'tarif,
1.
tombe, das Grab'mal, 3*.
tombola, die Tom'bola.