Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
'184
testatrice, die ïestie'rerin,
5.
testeeren, testie'ren.
teug, der Zug, 1*.
teugel, der Zü'gel, 2.
teugelloos, zü"gellos'.
teut, an"geris'sen, trun'-
ken.
half teut, halb bene'belt;
an"geschos"sen.
een teut, ein Triind'ler, 2.
eene teut, eine Tränd'-
lerin, 5.
teuten, trän'deln.
tevens, e'benfalls", auch.
tevergeefs, verge'bens.
tevreden, zufrie'den.
tevreden stellen, befrie'-
digen.
tevredenheid, die Zufrie'-
denheit.
teweegbrengen, zuwe"ge-
brin'gen.
thans, jetzt.
theater, das Thea'ter, 2.
theatraal, theatra'lisch.
thee, der Thee.
thee zetten. Thee ma'-
chen.
theeketel, der Thee"kes'-
sel, 2.
theekopje, die Thee"tas'-
se, 5.
theelepeltje, das Thee"-
löf'felchen, 2.
theeservies, das Thee"ge-
schirr'.
thema, das The'ma (mrv.:
die The'mata).
theologant,deTTheolog' .5.
theologie, die Theologie'.
theologisch, theolo'gisch.
theoretisch, theore'tisch.
theorie, die Theorie', 5.
thermometer, der Ther"-
mome'ter, 2, der Wär"-
memes'ser, 2,
thesaurie, der Schatz"-
kam'mev, 5.
thesaurier, {des rijks ;) der
Schatz"mei'ster 2 ; der
Kas"senfüh'rer, 2.
thuis, zu Hau'se.
thuis zijn in (fig.) be-
wan'dert sein in.
tichel, der Zie'gel, 2.
tichelbakker, der Zie"gel-
bren'ner, 2.
tien, zehn.
tiend, der Zehn'te, 5.
tiende, der (die, das)
zehn'te.
tiendheffer, der Zehnt"-
herr'. 5.
tiendrecht, das Zehnt"-
recht'.
tiendvrij, zehnf'frei'.
tientje, das Zehn'gul"-
denstück', 1.
tier, das Vergnü'gen, 2 ;