Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
'183
terns. Zie teems,
tender, (kolenwagen:) der
Ten'der, 2.
tenger, zart, fein,
schmäch'tig.
tenor, der Tenor', 1.
tent, das Zelt', ] ; (kraam:)
die Zelf'bu'de, 5.
tentoonspreiding, der Auf-
wand.
tentoonstelling, die Aus"-
stel'lung, o.
die Vollzie'-
tenuitvoer-
brenging,
tenuitvoer-
legging,
tenware.
hung ; die
Vollstrek'-
kung.
wenn nicht.
tenzij, <1
tepel, die Zit'ze, 5.
teraardebestelling, die Be-
er'digung, 5.
terdoodbrenging, das Um"-
brin'gen; (krachtens een
gerechtelijk doodvonnis:)
die Hin"rich'tung, 5.
teren, betee'ren.
teren op, zeh'ren auf.
tergen, rei'zen.
terhandstelling, die Über-
rei'chung; die Ein"-
hiin'digung, 5.
tering,
die Schwind'sucht.
terloops, bei"laufig.
term, der Aus'druck, 1*.
termijn, der Termin', 1.
temamvernood, kaum.
terpentijn, der Terpentin'.
terras, die Terras'se, 5.
terrein, das Terrain'
(mrv.s) ; das Gebiet', 1.
terrine, die Terri'ne, 5.
tersluiks, verstoh'len,
heim'lich.
terstoncZ,au"genblick'lich,
gleich.
terug, zurück'.
terugblik, der Rück'blick,
1.
terughoudend, zurück"-
hal'tend.
terugkeer, die Rück'kehr.
terugkomst, die Rück'-
kunft.
terugroeping, die Zurück"-
ru'fung, 5, die Ab"-
beru'fung, 5.
terugstootend, zurück"sto'-
ssend.
terwijl, indem'.
met terzijdestelling van,
oh'ne Rück"sicht auf.
test, der Feu"ertopf', 1*.
testament, das Testament',
1.
testamenteel, testament'-
lich, testamenta'risch.
testateur, der Testa'tor
(mrv. : Testato'ren),der
Testie'rer, 2.