Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
173
stoornis, die Stö'rung, 5.
stoot, der Stoss, 1*.
stooten, sto'ssen; met de
horens stooten naar, mit
den Hör'nern sto'ssen
nach.
stop, der Stop'fen, 2; der
Kork, 1; der Stöp'sel,
2.
stoplap, der Stopf'hip'-
3en, 2; der Lüc"ken-
)ü'sser, 2.
stopnaald, die Stopf'na'-
del. 5.
stoppel, die Stop'pel, 5.
stoppen, stop'fen; kousen
stoppeyi, Strümp'fe
stop'fen ; eene pijp stop-
pen, ei'ne Pfei'fe stop'-
fen.
stopverf,
der GUi"serkitt'.
stopwoord, das Flick'vvort,
storen, stö'ren.
storm, der Sturm, 1*.
stormachtig, stür'misch.
stormen, stür'men.
stor)aloop, das Sturm"-
lau'fen.
stormwind, der Sturm'-
wind.
stortbad, das Sturz'bad,
3*.
stortbui, der Schau'er, 2,
storten, {vallen :) stür'zen;
{werpen:) stür'zen ;
(morsen:) verschüt'-
ten ; (vergieten :) ver-
gie'ssen ; {betalen :)
ein"zah'len.
storting, die Ein"zah'-
lung. 5.
stortregen, der Platz"re-
gen.
stortvloed, die Flut, 5 ; die
Sünd'fiut.
stotteraar, der Stot'terer,
O
stotteren, stot'tern.
stout, {ondeugend:) un"-
ar'tig, un"gezo'gen;
{onvervaard:) kühn,
dreist.
stouterd, ein un"artiges
Kind.
stouwen, stau'en.
stoven, schmo'ren, ver-
dämpft' bra'ten las'sen.
straal, der Strahi, 4.
straat, die Stra'sse, 5.
{zeeengte :) die Meer -
en'ge, 5.
straatdeur, die Haustür,
5; die Stra"ssentür, 5.
straatgeld, das Pfla"ster-
geld'.
straat/jongen, der Stra"-
ssenbu'be, 5 ; der Gas'-
senbu'be, 5.