Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
142
ravottten, ran'gen, dah'-
len.
ravotter, der Ran'ge, 5.
razend, ra'send.
ten razende, der (die) Ra'-
sende, 5 ; ein Ra'sen-
der, eine Ra'sende.
razernij, die Raserei', 5.
rebel, der Rebell', 5.
rebellie, die Rebellion',
5.
recensent, der Rezensent',
5.
recept, das Rezept', 1.
redit, recht, gera'de.
■het recht, das Recht
rechtbank, das Gericht', 1 ;
(in keukens :) der An"-
richttisch', 1.
rechter, der Rich'ter, 2.
rechterhand, die Rech'te,
die rech'te Hand,
1*.
rechtschapen, recht"-
schaf l'en, red'lich, bie'-
der.
rechtsgeleerde, der
Rechts"gelehr'te, 5,
rechtvaardig, gerecht'.
rechtvaardigen, recht
fer'tigen.
rechtvaardigheid, die Ge-
rechtigkeit.
recruut, der Rekrut', 5.
redden, retten, erretten.
reddingboot, das Ret"-
tungsboot', 1.
rede, die Vernunft'.
redelijk, (billijk:) red'-
lich ; (tamelijk:) ziem'-
lich.
reden, der Grund, 1*; die
Ur"sa'che, 5.
redenaar, der Red'ner, 2.
redeneeren, vernünftig,
re'den, spre'chen.
redeneering, die Re'de, 5.
redres, der Ersatz'; die
Wiederher"stellung.
ree, (een dier :) das Reh, 1;
die Reh"zie'ge, 5.
reebok, das Reh, 1, der
Rehbock, 1*.
reede, die Ree'de, 5.
reeder, der Ree'der, 5.
reep, der Streif, 4 of 1.
zieh refereeren aan, sich
referie'ren an.
refuus, die Wei'gerung,
ö.
regaleeren, bewir'ten.
regeeren, regie'ren.
regeering, die Regie'rung.
regel, die Re'gel, 5; die
Zeile, 5.
regelen, re'geln, ord'nen,
in Ord'nung brin'gen.
regeling, die An"ord'-
nung.
regen, der Re'gen.