Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
140
prozaïsch, prosa'isch.
pruik, die Pen-üc'ke, 5.
pruilen, sehmorien,
pruim, die Pflau'me, 5.
pruimen, Ta'bak kau'en.
pruimtabak, der Kau"ia'-
bak.
eene pruim tabak, ein
Mund'vollKau"ta'bak.
prul, das werf'lo'se Ding,
1; (fig.) der un"brauch'-
bare Mensch, 5 ; (ook:)
der nichts"wür'dige
Mensch, 5.
pruttelen, nium'peln.
prijken met, prah'len mit.
prijs, der Preis, 1; (in de
loterij :) der Treffer, 2.
prijselijk, preis"wür'dig,
löbenswert'.
prijzen, prei'sen, lo'ben.
psalm, der Psalm, 4.
publiciteit, die Öffent-
lichkeit'.
publiek, öffentlich'.
het publiek, das Pu'bli-
kum.
puik, aus'gezeich"net;
su'perfein'.
puimsteen, der Bims'stein,
1.
puin, der Schutt; die
Trümmer (mrv.)
puist, die Fin'ne, 5.
puistig, fin'nig.
pulver, das Pul'ver.
punch, der Punsch.
pimt, die Spit'ze, 5.
purgeeren, purgie'ren.
purper, der Pur'pur.
put, die Gru'be, 5; (tva-
terput:) der Brun'nen,
2
pi.jl, der Pfeil, 1.
pijn, die Pein, 5, der
Schmerz, 4.
pijnigen, pei'nigen.
pijp, die Pfei'fe, 5.
quadrille, die Quadrille
(spr.: kwadrielj'), 5.
quaestie, die Fra'ge, 5;
(ook:) die Streif fra'ge,
5.
qualiteit, die Qualität', 5.
quantiteit, die Quantität',
5.
quarantaine,
die Quarantä'ne, -5.
quartet, das Quartett', 1.
quitantie, die Quit'tung,
5.
raad, der Rat.
raadsel, das Rät'sel, 2.
raaf, die Ra'be, 5.
raagbol, der Wand"be'-
sen, 2. der Slaub"be'-
sen, 2.
raak of mis, getroffen