Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
122
ondoenlijk, un"tun'lich.
ondraaglijk, un"ertrag'-
lich.
onduidelijk, un"deut'lich.
onecht, un'echt.
onedel, un"e'del.
oneer, die Un"eh're.
oneerbiedig, un"ehr'er-
bie'tig.
oneerlijk, un"ehr'lich.
oneindig, un"end'lich.
onervaren, un"erfah'ren.
onfatsoenlijk, un"aiistan'-
'dig.
onfeilbaar, un"felirbar.
ongaarne, un'gern.
ongedeerd, un"verletzt'.
ongeduld, die Un'geduld.
ongeëvenaard, un"ver-
gleieh'Iich
ongegrond, tin"gegrün'det.
ongehinderd, un"gehin'-
dert.
ongehoord, un"gehört'.
ongehoorzaam, un"gehor'-
sam
ongehuwd, un"verhei"ra-
tet, le'dig.
ongekend, nie" gekannt'.
ongekleed, nicht geklei'-
det
ongekrenkt, un"versehrt',
un"verletzt'.
ongekunsteld, un"gekün-
stelt.
ongelegen, un"gele'gen.
ongelig, tal'gicht.
ongelikt, un'geleckt, un"-
geschlif'fen, roh.
ongeloof, der Un"glau'be.
ongelooflijk, un"ghiub'-
lich.
ongeloovig, un"glau'big.
de ongeloovigen, die Un"-
gliiu'bigen.
ongeluk, das Un'glücli.
ongelukkig, un"glück'-
iich.
ongeluksvogel, der Un"-
glücksvo'gel, 2*.
ongelijk hebben, ün'Vecht
ha'beii.
het ongemak, das Un'ge-
mach, 3*, die Un"be-
quem'lichkeit', 5.
ongemakkelijk, un"be-
quem'; (lastig:) lii-
stig.
ongemanierd, un"manier'-
iich.
ongemeen, un'gemein.
ongemerkt, un'bemerkt.
ongenaakbaar, un"zu-
giing'lich.
ongenade, die Un"gna'-
de.
ongeneeslijk, un"heirbar.
ongenood, un"ein"gela'-
den.
ongepast, un"gebühr'lich.