Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
121
onderhavig, in Re'de ste'-
hend, frag'lich. vor"-
lie'gend.
onderhoorig aan, iinter-
wor'fen (met datief)
onderhoud, der Un'ter-
iialt; (gesprek:) die
Unterhal'tung, 5.
onderhoudend, unterhal'-
tend.
onderkin, das Un"ter-
kinn', 1.
onderkoning, der Un"ter-
kö'nig, 1.
onderlip, die Un"terlip'-
pe.
ondermaansch, ir'disch,
un'ter dein Mon'de
befind'iich ; het onder-
maansche leven, das
Er'denle'ben, das Le'-
ben hienie'den.
onderneming, die Unter-
neh'inung, 5.
onderscheid, der Un'ter-
schied, 1.
onderscheiden, unter-
schei'den.
onderscheiding, die Un-
terschei'dung, 5, die
Aus"zeich'nung, 5.
onderscheppen, unter-
sehla'gen
ondershands, un'ter der
Hand.
onderstand, der Beistand,
die Uriterstüt'zung, 5.
onderstellen, vernau'ten.
onderstelling, die Vermu'-
tung, 5.
ondersteuning, dieUnter-
stüt'zung, 5.
ondertrouwd, auf'gebo'-
ten; ins amt'liche
Verlo'bungsregi'ster
ein'geschrie'ben.
ondertusschen, inzwi'-
schen, mittlerwei'le.
ondervinden, erfah'ren.
ondervinding, die Erfah'-
rung, 5.
onderweg, unterwegs'.
onderwerp, das Subjekt',
1, der Ge"genstand',
1*
onderwijl, mittlerwei'le.
onderwijs, der Un'ter-
richt.
onderwijzen, unterrich'-
ten, leh'ren.
ondennjzer, der Leh'rer.
onderzoek, die üntersu'-
chung, 5.
ondeugd, die ün"gezo'-
gen'heit, das La'ster, 2.
ondeugend, un"gezo'gen;
mut"wiriig: la'ster-
haft', un"ar'tig.
ondienst, der schlech'te
Dienst.