Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
114
mispel, die Mis'pel, 5.
misschien, vielleicht'.
misselijk, ü'bel, bre'che-
risch, schlecht; ik ben
misselijk, es ist mir
ü'bel; {onuitstaanbaar:)
wi'derlich, e'kelhaft,
b. V. ein wi'derlicher
Mensch.
mist, der Ne'bel.
mistig, ne'belig.
mits, unter der Bedin'-
gung.
modder, der Schlamm.
modderig, schlam'mig.
mode, die Mo'de, 5.
modiste, die Mo"dehänd'-
lerin, 5; {ook:) die
Putz"ma'cherin, 5.
moed, der Mut.
moede, mü'de.
moeder, die Mut'ter,
2*.
moederlijk, müt'terlich.
moedig, mu'tig.
moeielijk, schwer, schwie-
rig.
moeielijkheid, dieSchwie'-
rigkeit, 5.
moeite, die Mü'he, 5.
moeras, der Morast', 1*.
moerassig, mora'stig.
moes, das Mus.
de mof, der Mufï, 1.
mogelijk, mög'lich.
mogelijkheid, die Mög"-
lichkeit'.
mogen, dür'fen.
mogendheid, die Macht,
i*.
mol, der Maul'wurf, 1*.
molen, die Müh'le, 5.
molenaar, der Mül'ler, 2.
mompelen, mun'keln,
inum'meln.
monarch, der Monarch', 5.
monarchaal, monar'-
chisch.
monarchie, die Monar-
chie'.
mond, der Mund, 1 (en 3*).
mondeling, münd'lich.
monnik, der Mönch, 1.
monopolie, das Monopol',
1.
monster, das Un"geheu'-
er, 2 : {van koopwaren:)
das Mu'ster, 2.
monsteren, mu'stern.
monteering, die Montie'-
rung, 5 ; die Montur', 5.
mooi, schön, hübsch.
Moor, der Möhr, 5.
moord, der Mord, 1.
moordenaar, der Mör'der,
2.
moordenares, die Mör'de-
rin, 5.
moot, das Stück, 1, der
Schnitt, 1,