Boekgegevens
Titel: Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Auteur: Bruin, Servaas de
Uitgave: Heusden: L.J. Veerman, ca. 1905 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-29
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200416
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Help u zelf op reis met Duitsch: een handboekje voor hen, die Duitsch moeten of willen spreken
Vorige scan Volgende scanScanned page
89
hospitaal, das Hospital',
3* en 1.
hotel, das Hotel'.
houden, hal'ten.
houden van, lie'ben.
iemand houden voor,
Je'mand hal'ten für.
houder van een wissel, der
ln"ha'ber eines Wech'-
sels.
houding, die Hal'tung, 5.
hout, das Holz.
houtsnede,
der Holz'schnitt, 1.
houtzagerij,
die Sä"gemüh'le, 2.
de houw, der Hieb, 1.
houwen, hau'en.
hoveling, der Höfling, 1.
hovenier, der Gärt'ner, 2.
huichelaar,derïieuch'ler,
2.
huichelaarster,
die Heuch"lerin', 5.
huichelarij, die Heuche-
■ lei', 5.
huid, die Haut, 1*.
eene bereide huid, eine
zu"berei'tete Haut.
huig, das Zäpfchen.
huik, der Kap'penman-
tel, 2*.
huilen, (van dieren :) heu'-
len; {van menschen :) ,
wei'nen. i
huis, das Haus, 3*.
huisdeur, die Haus"tü're,
5.
huisheer, der Miet'herr,
5; {ook:) der Herr des
Hau'ses.
huishouding, die Haus"-
hal'tung. 5.
huishoudster, die Haus"-
hal'terin, 5.
huisknecht, der Haus'-
knecht, 1.
huisonderwijzer,
der Haus"leh'rer, 2.
huisraad, das Haus"-
gerat'.
huisvesten, beher"ber'-
gen ; {ook;) woh'nen.
huisvrouw, die Haus'frau;
{fig.) die Haus"mut'-
ter, 2*.
huiveren van koude, frö'-
steln; schau'dern vor
Kiil'te.
huiveren bij de gedachte,
schau'dern' vor dem
Gedan'ken.
huiveren om, sich fürch'-
ten zu...
hulde, die Hul'digung, 5.
huldigen, hul'digen.
hulp,' die Hül'fe, die
Hil'fe.
hulpmiddel, das Hülfs"-
mit'tel, 2.