Boekgegevens
Titel: Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Auteur: Bruins, F.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1878
6e, herz. dr
Opmerking: II
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2489
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200395
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Vorige scan Volgende scanScanned page
92
men, herinneren aan den plantengroei van Middel Europa. Gerst
en aardappels nemen nog groote streken in beslag. Eindelijk
verdwijnen zij. De naaldboomen krimpen in tot kreupelhout;
hard gras bedekt den grond. Het gras maakt langzamerhand
plaats voor blad- en levermossen. Voor ons ligt nog het gebied
der eeuwige sneeuw.
Als afzonderlijke berggroepen staan langs de noord- en oostkust
1). de Sierra-Nevada de Santa Marta (= sneeuwge-
gebergte van S. Marta), een kleine bergstam van 6000 M. hoogte,
ten W. der hoogst merkwaaraige Golf van Maraeaïbo; 2). het
kustgebergte van Venezuela, ten O. van dezelfde golf;
3). het hoogland van Guyana, van talrijke bergketens
doorsneden; 4). de Serra do Espinhago ruggegraads-
gebergte) en 5). de Serra do Mar (— zeegebergte), beide
aan de oostkust van Brazilië, twee leden van het uitgestrekte
bergland van Brazilië, dat bijna Y^ deel van geheel Z.-
Amerika beslaat. Het is nog weinig onderzocht; meest met ein-
delooze oorspronkelijke wonden bedekt
Oovergelijkelijk zijo de weelderigheid ea plantenrijkdom dezer wouden.
Welk eene bonte afwisseling van plantenvo men! Haast geen boom gelijkt den
anderen in kleur van den bast, in vorm en kleur van bladeren, bloesems en
vruchten. In de dichte bladerkronen wisselen alle schakeeringen van het groen
met grijze bladeren af; andere blinken met eene verblindend witte wol. Daar-
tusschen schitteren veelkleurige bloemtrossen, purperroode, gele en bruine
vruchten. Men ziit de sierlijke waaiers der hooge palmen wiegelen boven de'
bladerzee; talrijke boomen met gevederde bladeren, gelijk onze accacia's, staan
er tusschen met lange, zonderlinge zaadpeulen. De vijgeboomen breiden hunne
takken ver naar alle kanten uit. Netels als boomen, voorzien van melksap
dat nu eens drinkbaaar is, dan weder uit doodelijk vergif bestaat, schieten
tusschen de boomen op. Ën boven deze plantenwildernis klimmen en winden
rankende lianen. Dikwijls honderden meters lang, slingeren zij zich van
boom tot boom, en spreiden een groen, fraai gebloemd net over de oude
woudreuzen uit.
Even veelkleurig is de dierenwereld van het oorspronkelijk woud. Groote,
bonte kapellen fladderen boven de bloemenzee; prachtige torren en schitterende
kolibries zweven in 'trond; papegaaien vervullen het woud met hun wanluidend
geschreeuw, en daartusschen weergalmt het gebrul der apen, die behendig van
den eenen top tot den anderen klimmen.
Aan groote rivieren is Z.-Amerika buitengewoon rijk.
Zij stroomen alle in den Atlantischen Oceaan of in de