Boekgegevens
Titel: Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Auteur: Bruins, F.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1878
6e, herz. dr
Opmerking: II
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2489
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200395
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Vorige scan Volgende scanScanned page
bedekte Alpentoppen wisselen af met sombere dennenwouden
op de lagere bergen, of met kale kalkbergen vol kloven en af-
gronden. De vlakte vertoont zich nu eens als een onafzienbaar
dor heideveld (Ketskemeter en Debretsiner-heide!), dan. als een einde-
loos moeras (langa Donau en Theis»!), of als eene onbegrensde steppe
met vruchtbare oazen (puszU!), straks weer als het heerlijkste weide-
of bouwland (vooral het eiland Schutt „de gouden tuin van Hongarije" en
het oostelijke oeverland van het Platttn-meer).
§ 3. Klimaat en voortbrengselen. De groote vlakten
hebben een vastlandskliniaat, terwijl in de Alpenlanden
veel regen valt. In 't Z. groeit niais en zelfs rijst;
daar rijpt de druif naast andere zuidvruchten. De
Hongaarsche vlakten, Boheme en Moravië zijn de groote
korenschuren des lands.
De meeste en beste wijn wordt in Hongarije gewonnen; de
edele Tokfljer verdient den eersten prijs. In Z. Tirol en aan de
kusten der Adriatisclii; Zee prijken de goudgele citroenen; uit
.Dalmatië komen de „Triester" vijgen. Slavonië is voor meer dan
de helft met kostbare eikenwouden bedekt; zoo ook de Bukowina
en hèt Bakonywoud. Hout, zout, koren en vee zijn 's lands
grootste schatten.
§ 4. Bevolking. De onderdanen van den keizer-
koning behooren tot drie hoofdstammen: Duitschers,
Slaven en !Mngyaren.
De bevolking van Z. Tirol, gedeeltelijk ook van Istrië en Dal-
matië, is Romaansch. De 11miH. inw. van Hongarije zijn voorde
eene helft Magyaren , voor de andere Duitschers, Slaven , VValachen
(= Oost-Romanen), Slovenen , Joden, Zigeuners enz. In Boheme wonen
in de vlakte meest Slaven, in de bergstreken Duitschers; in Stier-
marken wonen de Duitschers meest in de steden, de Slaven op
het platte land; in Moravië zyn er 7 Slaven tegen 3 Duitschers;
Galieië's berolHng bestaat bijna geheel uit Slaven (Polen); Zeven-
burgen wordt bc>voond door een mengelmoes vau Duitschers
(Saksen), Walachcn, Hongaren en Szeklcrs. De zwervende Slo-
waken en de ruwe Kroaten maken het hoofdbestanddeel uit der