Boekgegevens
Titel: Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Auteur: Bruins, F.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1878
6e, herz. dr
Opmerking: II
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2489
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200395
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Vorige scan Volgende scanScanned page
88
sporig, als in het droge seizoen de dorheid en de schadelijke uit-
dampingen in de lage streken.
§ 4. Dieren en planten. De dieren- én plantenwereld
van Afrika's noordkust komen met die van Znid-Europa
overeen; aan den noordrand der Sahara is de dadel-
palm de voornaamste voedselplant; daarnaast verbouwt
men mais en rijst. Paarden en kameelen worden hier
aangefokt. Eerst in den Soedan, ten Z. der woestijn, be-
gint eigenlijk de echt Afrikaansche natuur. Daar ver-
toonen zich de zonderlinge plantenvormen der aloö's en
bnobabs (apenbroodboomen); de stam der laatsten heeft
soms den verbazenden omtrek van 25 ]\I. In 't Z.
bedekken boomachtige heideplanten groote vlakten. Even
zonderlinge vormen bezit de dierenwereld. De neushoorn
en het rivierpaard, twee lompe dieren, hooren hier te
huis; ook de fraai gevlekte, sierlijke giraffe met haren
langen hnls en lange voorpooten. Door de woestijnen
zweven de vlugge gazelle, de snelle zebra en de groote
struisvogel.
De rivieren herbergen ontelbare krokodillen. Onder de insecten
zijn vooral merkwaardig: de termieten, die sterke, kunstige
woningen bonwen en wier huishouding in alle opzichten gelijkt
op de inrichting der menschenmaatschappij; de sprinkhanen,
die vooral in Z. Afrika soms wel een voet hoog den grond be-
dekken; de kleine tsetse-vlieg, gelukkig tot enkele streken beperkt,
wier beet voor paarden en rundvee doodelijk, voor den mensch echter
onschadel^k is.
§ 5. Bevolking. Dikwijls heet Afrika ,/het zwarte
werelddeel," naar de huidkleur der negers, het hoofd-
bestanddeel zijner bevolking. De eigenlijke negers be-
wonen echter alleen den Soedan (voluit: Beléd es-Soeddn
— land der zwarten), verder zuidelijk vindt men de