Boekgegevens
Titel: Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Auteur: Bruins, F.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1878
6e, herz. dr
Opmerking: II
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2489
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200395
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Vorige scan Volgende scanScanned page
61
nog ongebolsferde rijst) in den loempatig (= rijstblok, eene soort van ruwen
vijzel) stampen; het bezit van een paar karbouwen (= buffels), die zijnen
ploeg zullen trekken, is het ideaal, dat hem aanlacht."
Voor de Enropeesche markt worden vooral gekweekt:
koffie in ontzettende hoeveelheid, soms in een jaar
wel 11/4 mill. pikols (1 pikol — 0174 KG.) met eene
waarde van 60 a G5 mill. gulden. ]\Ien heeft voorna-
melijk: Java-, Padang- en Menado-koffie; ook Bali,
Makassar, Palémbang en de Molukken brengen koffie
voort, liet suikerriet wordt voornamelijk in de vrucht-
bare lage landen aan de noordkust van Java, tabak
meest op hooge kalkachtige gronden in Kediri, Pasoe-
roetin (Maiang-sigareni), I^ezoeki, Kadóe en Rembang ver-
bouwd ; peper en geta-pertsjah wordt vooral op Sumatra,
kruidnagels worden op Amboina, muskaatnooten en foelie
op de Banda-eilanden gekweekt. De kina- en theecultuur
(de laatste voornamelijk in de hoogere streken van de Preanger-Regenlschappen
tn Bageièn) wordeu steeds belangrijker. Van minder be-
lang zijn: indigo, cacao en katoen. 'J'imor levert veel
en gezocht was, Bórneo steenkolen; edele metalen en
gesteenten; maar veel belangrijker dan deze delfstoften
zijn de rijke tinmijnen o{) Banka en Biltong. Van
Sumtltra's delfstoffenschat is tot dusver nog weinig
partij getrokken; doch het Ombilin-kolenveld (aan den
bovenloop der Indragiri in de Padangsche-Bovenlanden) belooft in de
naaste toekomst van groot belang te zullen worden.
Onder de vele houtsoorten der Indische wouden noemen
wij alleen het ijzersterke djatti-hont en het welriekende
sandelhout. Den veelsoortigen rijkdom of liever over-
vloed van voortbrengselen uit alle rijken der natuur te
beschrijven is ondoenlijk; tot een staaltje moge dienen,
dat van de 29 geslachten van paliuboomen, die in
TS'ederl.-Indië voorkomen, sommige door 20, 30 en