Boekgegevens
Titel: Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Auteur: Bruins, F.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1878
6e, herz. dr
Opmerking: II
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2489
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200395
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Vorige scan Volgende scanScanned page
60
neezen en Madoereezen zijn zeer hartstochtelijk (amók-malten!); de
Javanen zijn gedwee en onderworpen.
Van Sumatra staken de Maleiers over naar het schiereiland Malakka, en
drongen van daar verder door de straat van Malakka den Archipel in, waar
zij zich in talrijke koloniën op de kusten der meeste eilanden vestigden en de
oorspronkelijke bewoners onderwierpen. Uit Indië ontvingen zij hunne oudste
beschaving, waarvan nog bijkans overal blijken zijn, zelfs op Timor. Op Bali
bleef de oud-Indische beschaving het zuiverst bewaard (kasten-v'erdeeling, lijken-
en weduwen-verbranding 1). Door de straat van Malakka drong in de I3e eeuw
de Islam in den Archipel door, schoot hier echter geen diepe wortelen, hoe
oostelijker hoe minder. De radja's (later sultans) van Malakka bezaten altijd
eene zekere oppermacht over de talrijke Maleische staten in den Archipel, en
behielden die nog ten deele, nadat Malaka in 1511 door de Portugeezen was
ingenomen. De sultans verlegden toen hunne residentie naar Djohore.
§ 5. Landbomo en voortbrengselen. Rijst en sago
zijn de beide voornaamste voedselplanten, de eerste
algemeen op Java, Sumatra, Bali en eenige andere der
Kleine Soenda-eilenden, de laatste op de Molukken,
Celébes en Bórneo: De rijstbouw vereisclit meer zorg
en bekwaamheid dan de sagobouw; waar dus de rijst
het hoofdvoedsel is, staan de bewoners op een' hoogeren
trap van beschaving; waar de woeste stammen tot
eenige beschaving komen, daar worden rijstvelden aange-
legd. Men onderscheidt voornamelijk twee soorten van
rijst, n.1. de gewone of de moerasrijst en de bergrijst.
Gelijk in bijna alle andere opzichten, munt het eiland
Java ook in de rijstcultuur boven de overige eilanden
van Nederl.-Indië uit.
„De Javaan is uit den aard der zaak landbouwer; de grond, waarop hij
geboren wordt, die veel belooft voor weinig arbeid, lokt hem daartoe uit.
Hij groeit op te midden zijner sawak's {= natte rijstvelden), gaga^s en tipars
(= droge rijstvelden), vergezelt reeds op zeer jeugdigen leeftijd zijnen vader
naar het veld, waar hij hem behulpzaam is met p^ioeg en spade, bij 't maken
van dammen en waterleidingen tot het bevochtigen zijner akkers. Hij telt
zijne jaren bij oogsten; hij rekent den tijd naar de kleur zijner te veld staande
rijsthalmen; hij gevoelt zich te huis onder de makkers, die met hem padi
(= ongedorschte rijst) sneden; zocht zijne vrouw onder de meisjes der dessa
= dorp), die 's avonds onder vroolijk gezang de galhah (gedorschte, maar