Boekgegevens
Titel: Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Auteur: Bruins, F.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1878
6e, herz. dr
Opmerking: II
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2489
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200395
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Vorige scan Volgende scanScanned page
57
olifant nog op Sumatra alleen. Het eigenaardige kenmerk der
Australische dierenwereld zijn de buideldieren: in de Australische
helft van den Archipel treffen wij deze dieren dan ook veelvuldig
aan. Op Nw.-Guinea is de paradijsvogel tehuis; dezen vogel treft
men ook aan op de Papoesche eilanden en in den Kei- en Aroe-
srchipel, welke van Nw.-Guinea insgelyks door eene ondiepe zee,
van niet meer dan lOO M. diepte, zyn gescheiden.
Waarschijnlijk zijn alzoo Sumatra, Borneo, Java en Bali, met de omgelegen
kleinere eilanden, eenmaal met het vastland van Azië verbonden geweest; de
Papoesche eilanden, de Kei- en Aroe-archipel maakten eens met Nw.-Guinea
een geheel uit; terwijl de Kleine Soenda-eilanden van Lombok tot Timor, en
de Molukken, welke allen door diepe zeeën zijn omgeven, zijn te beschouwen
als de oudste eilanden, welke den overgang tusschen Australië en Azië uitmaken.
Ook de bevolking, hoe zeer ook in den loop der tijden vermengd, draagt
nog de kenteekenen van dezen oorspronkelijken toestand. liet Maieische men-
schenras is algemeen in dc Aziatische helft; de negerachtige Papoea's bewonen
Nw.-Guinea en de naburige eilanden; de Alfocren op de Molukken vormen
den overgang tusschen beide.
§ 2. Grondsc/esieldheid en rivieren. De langwerpige
gedaante van de meeste eilanden en de aaneengescha-
kelde keten, die zij vormen, Avekken al dadelijk het
vermoeden, dat zij mede aan de werking vanhetonderaard-
sche vuur hunne verheffing boven de oppervlakte der zee
hebben te danken. Wel vertoont het 13000 □ mijlen
groote Borneo (ua Groenland het grootste eiland der aarde!)
thans eene ontzaglijke vlakteuitgestrektheid met geslotene
knsten, maar de inwendige gesteldheid wettigt het ver-
moeden, dat het vroeger eene even grillige gedaante
bezat, als thans Celébes. De vulkanische aard van den
bodem blijkt nog uit de aanwezigheid van een groot
aantal werkende en rustende vulkanen: in den geheelen
Archipel wel 150, waarvan /g deel op Java alleen.
Alle eilanden zijn bergachtig, met meer of minder breede
zoomen van aangeslibden grond. Niet alleen deze aan-
geslibde gronden, maar ook vele zachte berghellingen