Boekgegevens
Titel: Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Auteur: Bruins, F.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1878
6e, herz. dr
Opmerking: II
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2489
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200395
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
Eene diepe lanclplooi in het Z. is met groote meren
gevuld. Van 't W. naar 't O. het AVener, Wetter en
Maiar-meer, alle van wonderbare helderheid. Een
tusschen deze meren aangelegd kanaalstelsel verbindt
de Noord- en Oostzee.
§ 3. Klimaat. De westkust heeft koele zomers en
zachte \vinters (waardoor?), veel mist en regen. De stad
Bergen is eene der regeinnjkste plaatsen van Europa. De
uitgestrekte fjelds in het binnenland koelen de van
de zeekust waaiende zachte winden af, zoodat ook in
het oostelijk heuvelland een ruw klimaat heerscht.
Alleen in het Z. komt het klimaat met dat van Noord-
Duitschland overeen.
§ 4. Bevolking. De oorspronkelijke bewoners wnren
Einnen en Lnppen. Deze zijn tot in de sneeuwvelden van
het noorden en tot de noo'rdelijke kusten teruggedrongen.
Het thans heerschende volk is van Germaanschen stam;
het scheidt zich in Noormannen (in 't W.) en Zweden
in 't O.). Sterk, levendig, stoutmoedig bij alle onder-
nemingen is de Noorman. Tusschen zijne eenzame
bergen bew^aart hij reinheid van zeden en vrijheidsliefde.
De Noorsche boer is doorgaans zijn eigen handwerksman.
Verstandsontwikkeling stelt hij op lioogen prijs. Ofschoon
het onderwijs enkel door rondtrekkende ouderwijzers
wordt gegeven, is het volk overal goed onderwezen.
Evenzoo van aard zijn de Zw^eden, maar hebben be-
hendigheid en lenigheid op hunne buren vooruit. Beide
volken behooren tot de Luthersche kerk.
§ 5. Landhoino en Bedrijf. In het vlakke zuiden tieren de akker- en tnin-
ge.vasaen van Duitschland (walnoten!). Veder naar 't N. bedekken naaldhout-
bosschen den grond. Als eilanden liggen daar enkele stukken bouwland in
het woud. Waar de mastbosschen niet meer voortwillen, groeit nog de dwerg-
berk. In het hooge N. is het land met blad- en levermossen bedekt. Hout-