Boekgegevens
Titel: Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Auteur: Bruins, F.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1878
6e, herz. dr
Opmerking: II
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2489
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200395
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
§ 2. Schets van het land. Het bekken der
Oostzee wordt van kaap Skagen tot aan het Peipnsmeer
(in Rusland) omringd door eenen landrug van ongelijke
breedte, bezaaid met ontelbare meren. Onder den
naam van Noordrussische oetoalli {= heuvelland) loopt
deze landrug van het Peij)usmeer oostwaarts tot het
Oeralgebergte op 61° N. Rr. In zijn geheel heet
deze gordel van heuvels en meren de Oeral-Baltische
landrug. In Jutland vindt men aan zijne oostzijde
meest goeden bouwgrond: de landrug zelf en zijne
westelijke glooiing is dor zand met heide begroeid,
afgewisseld met hooge venen. Aan de westkust ont-
moet men stuifzand en duinvorming; ten Z. van Blaa-
vandshuk beginnen de Wadden. Langs de geheele Avest-
kust (jernkysten, spreek uit: jernkusten, d. i. ijzeren ot ongenaakbare kust)
is de zee zeer ondiep en vindt men geene enkele
haven, in tegenstelling met de oostkust en de noord-
kust der eilanden, waar de zee diepe insnijdingen
{fjorden) maakt. (Welke ?)
Jutland en de eilanden rusten op eene grondlaag van krijt en
kalk, welke op enkele punten voor den dag kooot. Zooals ge-
woonlijk gaat deze krijtlaag van bruiukoollagen vergezeld, bijv.
op het eiland Mors. Er zijn alleen kustrivieren. (Guden-Aa,
Konge-Aa.)
§ 3. Klimaat. Geheel Denemarken heeft een zee-
klimaat, zonder groote hitte of koude; tengevolge der
heerschende westemvinden is het weder onbestendig
en vochtig (gemiddeld 105 regen- en 32 sneeuwdagen in 't jaar).
§ 4. BevolMnff. De Denen zijn van noordgermaan-
schen stam; zij spreken de Deensche taal, zijn zeer
ontwikkeld, goede zeelieden en vlijtige landbouwers;
ze wonen voor % deelen op het platte land.