Boekgegevens
Titel: Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Auteur: Bruins, F.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff & M. Smit, 1878
6e, herz. dr
Opmerking: II
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2489
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200395
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Driemaal den aardbol om!: aardrijkskunde voor de volksschool in drie ineensluitende leerkringen
Vorige scan Volgende scanScanned page
14
ras, wordt gelioaden voor het sterkste. De Eogelsche schapen mnnten uit door
lange, glanzige wol; in de ontzaglijke behoefte aan grondstof der Engelsche
laken- en andere wolfabrieken moeten echter het buitenland, vooral Australië,
wel voor deelen voorzien. Het Engelsche rundvee munt vooral door zwaarte
uit. In „Engelach Holland/' d. i. de vruchtbare polders om de Washbaai
(vroeger onafzienbare moerassen!) en in Northumberland (Darham!) heeft men
het zwaarste rundvee.
Groote bosschen bezit Engeland niet meer, wel vele zorgvuldig onderhonden
parks, d. i. jachtbosschen der adellijke grondbezitters. Intusschen is de be-
hoefte aan hout in Engeland buitengewoon groot, niet alleen voor den achaeps»
bouw, maar ook ten dienste der ontelbare spoorwegen. Alleen het onderhoud
der spoorleggers vereischt jaarlijks zooveel hout als ecu bosch van 4050 HA.
oppervlakte zou kunnen opleveren! Van al het hout, dat in Europa in den
handel komt, verbruikt Engeland meer dan 1/3 deel.
Dat de Engelsche berg bouw de belangrijkste der aarde is,
en dat zijne beide boofdprorlucten steenkolen en ijzer zijn, is
algemeen bekend. De Engelsche kolenmijnen leveren nagenoeg
yg deelen van alle steenkolen , die jaarlijks op de geheele aarde
worden gewonnen; van al het ijzer levert Engeland de helft.
De twee groote kolenbekkens van Engeland liggen: 1. langs de NO.-kust
van de Tees tot de Coquet (middelpunt Ne w-C astle!); 2. in Z-Wales (mid-
delpunt Merthyr-Tydfil!). In Z.-Wales gaan ijzer en steenkolen hand aan
hand: de grootste ijzersmelterij aldaar heeft 18 smeltovens; deze verbruiken
do geheele opbrengst eener steenkoleomijn, waarin dagelijks 6000 menschen
arbeiden. Het meeste ijzer wordt nochtaus in Schotland gewonnen; de ijzer-
markt van Glasgow beheerscht den prijs van het ijzer. Ook de opbrengst
der Engelsche tin-, koper- en loodmijaen overtreft die van alle andere landen.
§ 6, Nijverheid en Handel. Door de reuzenkracht van bet
driemanschap katoen, ijzer en steenkolen, in dienst van
de vindingrijke geestkracht der Britsche natie, zwaait Engeland
thaus, zoowei op liet gebied van nyverheid als van handelen zee-
vaart, den schepter der wereidheerschappij. Tien millioenen paarden
zouden vereischt worden, om dezelfde werktuigelijke kracbt uit te
oefenen, als de gezamenlijke Engelsche stoommachines. Om dezelfde
boeveelheid katoenen garen, welke de Engelsche katoenspinnerijen
in een jaar vervaardigen, uit de hand te spinnen, zou de geheele
bevolking van het Vereenigd koninkrijk, gevoegd bij de geheele
bevolking van het Eiissisclie keizerrijk, nog niet voldoende zijn,
al sponnen ook de kinderen van drie jaar reeds mee! Metaal- en
katoenfabrieken zijn de twee hoofdtakken der Engelsche nijverheid.