Boekgegevens
Titel: Het schriftelijk rekenen in verband met het mondeling rekenonderwijs in de lagere school
Deel: Eerste stukje getallen van 1-10, tientallen van 10-100
Auteur: Bruin, D. de
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1892
2e, verb. dr; 1e dr.: 1888
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2342
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200364
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het schriftelijk rekenen in verband met het mondeling rekenonderwijs in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
VOORBERICHT.
Het nadenken over de vraag, welke de meest geschikte vorm is
vaii een eerste rekenboekje in de lagere school, dat den leerlingen in
handen gegeven kan worden, zoowel by bet mondeling als het
schriftelijk rekenen, heeft geleid tot het samenstellen van het boekje,
dat ik hierbij mijnen collega's aanbied; de ondervinding, die my
goede resultaten van de in dit boekje aangegeven methode deed zien,
heeft mij aangemoedigd het uit te geven. Voor welwillende critiek,
die tot verbetering van dit werkje kan, leiden, houd ik mij beleefd
aanbevolen.
Bij de samenstelling er van ben ik van den regel uitgegaan, dat
het onderwys in het rekenen in de aanvangsklasse geheel aanschouwe-
lyk moet zyn. Het rekenen is een der vakken, die niet gemakkelijk
te onderwijzen en te leeren zijn en veel tyd eischen; daarom moet
men, om goede resultaten van het onderwijs in dit vak te zien, er
vroeg meê beginnen, maar het den kleinen leerli?igen dan ook zoo
aantrekkelyk en gemakkelijk mogelyk maken. By hen heldere voor-
stellingen van de hoeveelheden, haar ontstaan en hare veranderingen
in 't leven roepen, is de grondslag van het rekenonderwijs in de
aanvangsklasse; by het latere rekenonderwijs zyn deze eenvoudige
zaken immers schering en inslag. In een eerste rekenboekje zyn
duidelijke plaatjes, waardoor de hoeveelheden aanschouwelijk gemaakt
worden, dus onmisbaar. De plaatjes, die in dit werkje voorkomen,
mogen getuigen, dat het mijn streven is geweest, daarmee een goeden
grondslag voor het rekenonderwijs te helpen leggen!
De leerling moet zich de hoeveelheden niet alleen kunnen voor-
stellen, hy moet de voorstellingen ook met elkander in verbinding
brengen, er meê werken, zelfstandig werken. Hoe eerder de leerling
zelfwerkzaam kan zijn, hoe beter; niet alleen mondeling, ook schriftelyk.
Het schriftelijk werk geeft den onderwijzer de beste gelegenheid, om