Boekgegevens
Titel: Het schriftelijk rekenen in verband met het mondeling rekenonderwijs in de lagere school
Deel: Derde stukje getallen van 1-1000
Auteur: Bruin, D. de
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1888
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2337
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200359
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het schriftelijk rekenen in verband met het mondeling rekenonderwijs in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
70
Men kan 2 peren maal van 756 peren afnemen.
756 peren : 2 peren = 378 maal.
6
15
14
16
16
0.
Men kan 2 eieren maal van 574 eieren afnemen.
Hoe dikwijls kan men 2 turven afnemen van 976 turven?
Hoe dikwijls kan men 2 steenen afnemen van 348,
536, 708, 496, 398 steenen?
123
3
308
3
185
3
Eeken ook zoo eens uit:
.■3 x 132 =
3 x =
3 X 295 =
3 x 273 =
122
4
3 X 88 =
3 x 323 =
3 x 290 =
3 x 209 =
3 x 306 =
3 x 267 =
3 x 186 =
3 x 329 =
230
4
219
4
287
3
3 x 333 :
3 x 286
3 x 255:
3 x 299 :
159
4
Eeken het volgende ook zoo eens uit: