Boekgegevens
Titel: Het schriftelijk rekenen in verband met het mondeling rekenonderwijs in de lagere school
Deel: Derde stukje getallen van 1-1000
Auteur: Bruin, D. de
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1888
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2337
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200359
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het schriftelijk rekenen in verband met het mondeling rekenonderwijs in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
G3
Zet onder elkander en trek dan af!
154—138 = 287 — 128 = 857 — 539 = 544 — 228 -
240 — 129 = 940 — 538 = = 746 — 428 = 888 — 469 =
472 — 258 = 874 — 257 = 520 — 317 = 736 - 517 = ✓
318 — 109 = 590 — 486 = 364 — 128 = 447 — 219 =
871 — 265 = 714 — 207 = 555 — 238 = 235 — 118 =
724 — 308 = 621 — 216 467 — 129 = 998 — 889 =
925 = g honderden + 12 tienen -f- 5 eenen.
925 - g honderden + 11 tienen + eenen.
758 = honderden + 15 tienen + eenen.
758 = 6 honderden + 14 tienen + eenen.
324 = honderden -1- 12 tienen + eenen.
324 = 2 honderden + 11 tienen + eenen.
814 centen = = 7 gulden + 11 dubbeltjes + 4 centen.
814 centen = = 7 gulden + 10 dubbeltjes + centen.
532 centen = gulden + 13 dubbeltjes + centen.
532 centen = = 4 gulden + 12 dubbeltjes + centen.
405 centen = = gulden + 10 dubbeltjes + centen.
405 centen = = 3 gulden + 9 dubbeltjes + centen.