Boekgegevens
Titel: Het schriftelijk rekenen in verband met het mondeling rekenonderwijs in de lagere school
Deel: Derde stukje getallen van 1-1000
Auteur: Bruin, D. de
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1888
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2337
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200359
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het schriftelijk rekenen in verband met het mondeling rekenonderwijs in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
46
1. Eeu schipper wil vau 450 turven 9 even groote
hoopen maken. Aan eiken hoop moet hij er dan leggen.
2. Drie knechten krijgen elk 2 gulden en 40 cent.
Samen ontvangen zij dus cent.
3. Een boer koopt 4 koeien. Elke koe kost hem
180 gulden. Hij moet dus gulden betalen.
4. Eene vrouw verkoopt 250 eieren voor 3 cent het
stuk. Zij ontvangt er dus cent voor.
5. Eeu heer verdient elke maand 180 gulden. In
5 maand verdient hij dus gulden.
6. Vijf mannen moeten 3 rijksdaalders gelijk ver-
doelen. Zij krijgen ieder dus cent.
7. 450 sigaren van 2 cent het stuk kosten cent.
8. Als zes even dure kippen samen 9 gulden en
12 stuivers kosten, dan kost elke kip cent.
9. Een heer heeft 750 guldens. Hij legt ze aan
stapeltjes, elk van 5 gulden. Hij kan dus stapeltjes
maken.
10. Iemand koopt 150 sigaren van 4 cent het stuk.
Hij betaalt een gouden tientje. Hij krijgt dus cent
terug. Als elke sigaar 5 cent kostte, dan moest hij
terug ontvangen.