Boekgegevens
Titel: Het schriftelijk rekenen in verband met het mondeling rekenonderwijs in de lagere school
Deel: Derde stukje getallen van 1-1000
Auteur: Bruin, D. de
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1888
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2337
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200359
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het schriftelijk rekenen in verband met het mondeling rekenonderwijs in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
38
1. Als 2 mauneu 8 gulden en 60 cent gelijk ver-
deden, dan krijgt elke man cent.
2. Als 2 even dure hoeden 6 gulden en 18 stuivers
kosten, dan kost elke hoed cent.
3. Een boer heeft 2 even dure koeien. Zij kosten
samen 580 gulden. Elke koe kost dus gulden.
4. In twee weken verdient een timmermansknecht
9 gulden en 40 cent. Hij verdient dus elke week
5. Als aan eiken kant van een weg 460 boomen
staan, dan staan er aan beide kanten boomen.
6. Eene vrouw had 330 eieren. Eene andere vrouw
had er tweemaal zooveel. Samen hadden ze er dus'
7. De helft van 980 is meer dan de helft van 760.
760 centen
580 centen
940 eieren
320 sigaren
maal 2 centen,
maal 2 centen,
maal 2 eieren,
maal 2 sigaren.
2 X 270 en 840 : 2
2 X 190 en 920 : 2
2 X 480 min 560 : 2
2 X 370 min 980 : 2