Boekgegevens
Titel: Het schriftelijk rekenen in verband met het mondeling rekenonderwijs in de lagere school
Deel: Derde stukje getallen van 1-1000
Auteur: Bruin, D. de
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1888
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2337
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200359
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het schriftelijk rekenen in verband met het mondeling rekenonderwijs in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
32
860 = 8 honderden + tienen.
860 = 7 honderden + tienen.
240 = 2 honderden + tienen.
240 = 1 honderd + tienen.
530 == 5 honderden + tienen.
530 = 4 honderden + tienen.
520 centen
380 centen
460 centen
240 centen
870 centen
= 4 gulden +
= 2 gulden +
= 3 gulden +
= 1 gulden +
= 7 gulden +
dubbeltjes,
dubbeltjes,
dubbeltjes,
dubbeltjes,
dubbeltjes.
De getallen eerst onder elkander zetten!
420 — 280 = 710 — 280 = 810 — 470 = 900 — 540 =
760 — 390 = 430 — 190 = 420 — 390 = 600 — 540 =
220 — 180 = 560 — 480 = j 740 — 580 = 400 — 370 =
540 — 270 = 840 — 260 = 660 — 490 = 500 — 290 =
350 — 290 = 750 — 190 = 330 — 240 - 800 — 630 =
450 — 180 = ^ 680 — 390 = 800 — 430 = 800 — 250 =
620 — 370 = 530 — 160 = 700 — 220 = 1000 — 280 =