Boekgegevens
Titel: Het schriftelijk rekenen in verband met het mondeling rekenonderwijs in de lagere school
Deel: Derde stukje getallen van 1-1000
Auteur: Bruin, D. de
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1888
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2337
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200359
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het schriftelijk rekenen in verband met het mondeling rekenonderwijs in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
•29
130 + 780 = 8 honderd + =0 honderd +
250 + 360 = 5 honderd + =6 honderd +
430 cent -f 280 cent = 6 gulden + cent = 7 gulden + cent.
220 + 390 =
430 + 280 =
370 + 180 =
280 + 630 =
560 + J50 =
420 + 490 =
370 -f 460 =
290 + 540 =
360 + 250 = i| 270 + 380 =
440 + 380 = li 360 + 460 ==
560 + 270 = ij 590 + 290 =
730 + 190 = 360 + 550 =
Zet de getallen eerst onder elkander!
450 + 220 + 330= 260 + 340 + 390 =
230 + 480 + 170= j 170 + 570 + 230 =
140 + 290 + 570= il 440 + 280 + 190 =
270 4-540 + 190 =
580 + 240 + 180 =
270 + 280 + 290 =
1 rijksdaalder = centen.
2 rijksdaalders = centen.
3 rijksdaalders = centen.
4 rijksdaalders = centen.
560 — 200 = honderd + 60.
830 cent — 400 cent =
gulden
30 cent.
560 — 200 =
870 — 500 =
880 — 400 =
920 — 600 =
730 — 200 = : 490 — 400 =
990 — 500 = i 540 — 400 -
770 — 400 =
680 — 300 =
650 — 200 = 790 — 600 =