Boekgegevens
Titel: Het schriftelijk rekenen in verband met het mondeling rekenonderwijs in de lagere school
Deel: Derde stukje getallen van 1-1000
Auteur: Bruin, D. de
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1888
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2337
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200359
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het schriftelijk rekenen in verband met het mondeling rekenonderwijs in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
6. Ill eene school stonden 240 oude banken. 80 er
van werden door nieuwe vervangen. Er bleven toen nog
oude banken over.
7. Eene boerin had 620 eieren. Zij verkocht er eerst
80 en later 60 van. Toen had zij er nog
8. Een arbeider had 80 gulden bespaard. Hij wilde
graag eene koe koopen, maar die kostte 220 gulden.
Hij kwam dus gulden te kort.
9. Een herder had 280 schapen. Hij kreeg er 60 bij.
Daarna verkocht hij er 90. Toen had hij er nog
10. Jan had 420 cent, Piet 18 stuiver en Klaas een
halven gulden. Te zamen hadden zij dus cent. Zij
hadden samen cent meer dan 2 rijksdaalders.
200 + 320 == 5 honderd +
360 + 400 = honderd ^
400 cent + 540 cent = gulden +
200 + 320 =
400 4- 270 =
270 + 400 =
700 + 220 =
400 + 160 =
580 + 200 =
700 + 120 =
330 4- 300 =
300 + 580 =
440 + 400 =
2-10 + 600 =
870 4- 100 =
-(- cent.
540 + 400 =
200 -f- 770 =
.500 -I- 450 =
690 + 300 =