Boekgegevens
Titel: Het schriftelijk rekenen in verband met het mondeling rekenonderwijs in de lagere school
Deel: Derde stukje getallen van 1-1000
Auteur: Bruin, D. de
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1888
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2337
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200359
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het schriftelijk rekenen in verband met het mondeling rekenonderwijs in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
26
420 — 90 = 420 — 20 -- = 400 — =
530 — 50 = 530 - 30 — = 500 — =
740 cent — 80 cent = 700 cent — cent =
O30 — 70 =
450 — 80 =
620 — 90 =
810 — 80 =
740 — 80 =
5-20 — 70 =
350 - 60 =
720 — 90 =
840 — 50 =
960 — 80 =
730 — 10 =
620 — 90 =
cent.
860 — 80 =
310— 50 =
880 — 90 =
440 — 60 ==
Tel van 1000 met 70 af tot 20.
Tel van 1000 met 80 af tot 40.
1. Een boer kocht eene koe voor 280 gulden en een
schaap voor 60 gulden. Toen moest hij gulden betalen.
2. Jan had een rijksdaalder. Hij kreeg er 8 dub-
beltjes bij. Toen had hij cent.
3. In een dorp waren 570 huizen. Er werden er
80 bij gebouwd. Toen stonden er huizen.
4. Piet kocht een boek voor 60 cent. Hij gaf een
rijksdaalder. Toen kreeg hij cent terug.
5. Eeu boer had 1000 gulden bij zich. Hij kocht
een schaap voor 80 gulden. Toen had hij nog gulden.