Boekgegevens
Titel: Het schriftelijk rekenen in verband met het mondeling rekenonderwijs in de lagere school
Deel: Derde stukje getallen van 1-1000
Auteur: Bruin, D. de
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1888
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2337
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200359
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het schriftelijk rekenen in verband met het mondeling rekenonderwijs in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
23
150 centen — 70 centen =15 dubbeltjes — dubbeltjes.
120 eenen — 30 eenen = tienen — tienen.
130 — 80 = eenen.
120 — 50 = 130 —60 = 150 — 70 = 140- 80 =
130— 40 = 140 — 70 = 110 — 40 = 1-10 — 60 =
150 — 80 = liO — 80 = 120— 60 = 130 — 90 =
120 — 90 = 130 — 50 = 170— 90 = 180 ~ 90 =
1. Willem kreeg van zijn vader 80 cent en van zijne moeder 7 dubbeltjes. Toen had hij cent. Nu kocht hij een mesje voor 12 stuiver. Willem had nu nog
cent over.
2. Klaas had 120 knikkers. Hij verloor er 40. won hy er 60 bij. Toen had hij knikkers. Later
1 gulden + ' 20 centen -1- 40 centen = 1 gulden + centen.
4 honderden 30 eenen 60 eenen = 4 honderden -j- eenen.
240 + 30 = 2 honderd +
120 + 40 = 810 + 80 = 1 440 + 40 = 730 + 70 =
430 -L 60 = 720 + 50 = 1 1 ! 260 + 20 = 410 90 =
240 + 50 = 230 -f 60 = ! 330 + 40 = 920 + 80 =
550 20 = 570 + 20 = 580 + 20 = 950 + 50 =