Boekgegevens
Titel: Beginselen der analytische meetkunde
Auteur: Bos, D.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1990
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200352
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Meetkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der analytische meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
5


P,

Ps
Pi
-X
wanneer die van de voetpunten P en Q bekend is. En deze
is bekend aLs van P de ar = OP en van Q de y = OQ wordt
opgegeven.
Bij elk punt van het vlak behooren dus twee getallen,
Fig 4. één, dat de ligging van het
g voetpunt der loodlijn op X,X
aangeeft, en door x wordt
aangedidd, en één, dat het-
zelfde doet voor het voetpunt
der loodlijn op YjY en y
wordt genoemd. De beide ge-
tallen kunnen dus zoowel
positief als negatief zijn. Zij
Ö2 ' heeten de coördinaten van het
punt, en wel in het bijzonder
' heet de x, de abscis, en de y
de ordinaat. De vaste lijnen XjX en YjY heeten de co'&rdi-
naatassen en hun snijpunt O is de oorsprong van het coördi-
natenstelsel. De lijn XjX heet de abscissenas of x as, YjY de
ordinatenas of y as.
Voorbeelden. Zie tig. 4.
Van A is OP de abscis = 3, OQ de ordinaat y = -f- 5,
„ Al „ 0I\ „ „ Xi=-4, OQ, „ „ y = -f-3Y,
„ Ag „ OPg „ „ irj = —2y,OQ2„ „ y = —4,
„ Aj „ OP3 „ „ a;3 = -t- , OQ3 „ „ y = — 2.
Zijn de x en y van een punt gegeven, dan is dit te con-
strueeren. Is b.v. x = + 5, y = — 8, dan zet men 0I\ = + 5
naar recihts op de X as af en OQ, = — 3 naar beneden op
de Y as, richt vervolgens in deze punten loodlijnen op, die
elkaar snijden in het gevraagde punt A,,,
In het vervolg zullen wij de punten dikwijls aanduiden
door hunne coördinaten op te geven, zoo is het punt