Boekgegevens
Titel: Beginselen der analytische meetkunde
Auteur: Bos, D.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1990
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200352
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Meetkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der analytische meetkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
COÖRDINATEN VAN EEN PUNT.
§ 1. Bij het oplezen eener rechte lijn PQ, stelt men zich
zich altijd voor, dat de lijn van liet beginpunt P naar het
eindpunt Q wordt doorloopen. PQ en QP worden dus in
tegengestelden zin doorloopen.
Zijn eenige lijnen op dezelfde wijze opgenoemd, b.v. in
fig. la de lij non PQ, QR en RS alle van links naar rechts,
dan wordt de som verkregen, door achtereenvolgens, vanéén
punt uitgaande, de lijnen te doorloopen zooals ze opgelezen
worden. PS, de afstand van het beginpunt P tot het eindpunt
S, is de som.
Fig- 1. Zijn in fig. Iß twee lijnen PQ en
P_a s S la tegengestelden zin opgenoemd,
—£-S-S— en doorloopen wij achtereenvolgens,
A S O C S 1
^ '' van P uitgaande, de lijnen PQ en
QR, dan komt men in het eindpunt R uit: men noemt nu
ook PR de som van PQ en QR.
Verder is PR = PQ —RQ, daar bij PR, RQ moet gevoegd
worden om PQ te verkrijgen, en daar PR = PQ + QR, moet
men stellen QR = — RQ.
Van twee lijnen, in tegengestelden zin doorloopen, noemt men
de eene positief en de andere negatief.
Wij zijn gewoon de lijnen van links naar rechts opgelezen
positief te noemen.
Daar men nu steeds de som van eenige lijnen kan ver-
krijgen, door achtereenvolgens van één punt uitgaande die
lijnen te doorloopen, is in fig. ly.
Dr. D. BOS, Analytische Meetkunde. 1