Boekgegevens
Titel: De werelddeelen: aardrijkskunde voor de lagere school
Auteur: Boeser, J.C.; Neck, D.C. van
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1886
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1880
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200301
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De werelddeelen: aardrijkskunde voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
De kleinere stukken noemt men eilanden.
Gedeelten van het vastland, aan bijna alle zijden
door water omringd, heeten schiereilanden.
Ook de wereldzee di-aagt verschillende namen. Tas-
schen Europa, Afrika en Amerika vindt men den
Atlantischen Oceaan; tusschen Amerika, Azië
en Australië den Grooten of Stillen Oceaan;
ten zuidenjvan Azië den Indischen Oceaan en
om de beide polen de Noordelijke en de Zui-
delgke IJszee.
Kleinere deelen van de zee, grootendeels door land
omsloten, noemt men binnenzeeën. Kleinere of minder
afgeslotene inhammen worden golven of haaien genoemd.
De nauwe doortocht, die twee zeeën verbindt, noemt
men straat of zeeëngte.
De lijn, waar zee en land samenkomen, noemt men
de kustlijn.
§ 4. Hoog en laag. Niet alle deelen van het land
liggen even hoog boven den zeespiegel. Naar die
mindere of meerdere hoogte onderscheidt men het land
in laagland (tot 300 M. boven de zee) en hoogland.
Het laagland gaat meest door terraslanden over in het
hoogland. Afzonderlijke hoogten, die zich hetzij op het
laagland, hetzij op het hoogland verheffen, dragen den
naam van bergen. Groepen van zulke bergen noemt
men gebergten. Wanneer men in deze bergen een be-
paalde richting kan waarnemen, noemt men ze berg-
ketens. In het bergland vindt men tusschen de hoogere
deelen, doorgaans lagere, die den naam van dalen of
valleien dragen (lengtedalen, dwarsdalen).
Geschikte wegen om van het eene dal in het andere
te komen, bieden de passen aan.
§ 5. Dampkring en klimaat. Onze aarde wordt om-