Boekgegevens
Titel: De werelddeelen: aardrijkskunde voor de lagere school
Auteur: Boeser, J.C.; Neck, D.C. van
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1886
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1880
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200301
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De werelddeelen: aardrijkskunde voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
ALGEMEEN OVERZICJHT.
§ 1. De aarde, de planeet die wy bewonen, heeft
evenals de overige hemellichamen eene bolvormige ge-
daante. Zy beweegt zich in eene groote baan om de
zoti; den tijd, dien zij daarvoor noodig heeft, noemt
men een jaar (365 dagen 5 uren 48 min. 46 sec.).
Verder wentelt zij in 24 uren om eene as. De snijpun-
ten van de as met de oppervlakte noemt men polen
(noordpool en zuidpool). Deze wenteling heeft de af-
wisseling van dag en nacht; de stand der aarde gedu-
rende de beweging om de zon de afwisseling der jaar-
getflden ten gevolge.
§ 2. Men stelt zich voor, dat op de oppervlakte
der aarde op gelijken afstand van de polen een lyn
getrokken is; dien cirkel noemt men aequator, even-
nachtslijn of linie. Evenals elke cirkel, wordt deze in
360 gelijke deelen, die men graden noemt, verdeeld.
De afstand van de pool tot den aequator (V4 van
een cirkel) bevat dus 90 graden. Cirkels, die men
zich evenwgdig aan den aequator op de aarde getrok-
ken denkt, noemt men parallellen of ook wel breedte-
cirkels; deze worden van den evenaar af hoe langer
hoe kleiner. Twee dezer cirkels, één 23V2" ten N. en
één evenver ten Z. van den aequator, noemt men keer-