Boekgegevens
Titel: De werelddeelen: aardrijkskunde voor de lagere school
Auteur: Boeser, J.C.; Neck, D.C. van
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1886
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1880
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200301
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De werelddeelen: aardrijkskunde voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
65
Hiidsonsbaai het schiereiland Labrador af.
Ten zuiden wordt dit schiereiland begrensd door de
St.-L aurensgolf, waar voor het belangrijke eiland
N e W-F o u n d 1 a n d (kabeljauwvisscherij). Het nu
volgend gedeelte van de oostkust is nog rijk aan zeer
belangrijke, doch kleinere inhammen. Het zuidelijk ge-
deelte er van is vlak en zandig en zet zich voort in
het schiereiland F 1 o r i d a, dat met de Bahama-
eilanden, de Groote en KleineAntillen
een groot bekken van den Oceaan afsnijdt, door het
schiereiland Y u c a t a n en het eiland Cuba verdeeld
in Golf V a n M e j i c O en C a r a ï b i s c h e Z e e.
De westkust is tot 49 ' N. B. minder ontwikkeld, daar
heeft men slechts het ver in zee uitstekende schierei-
land C a 1 i f O r n i ë, door de golf van dien naam van
het vasteland gescheiden. Ten noorden van 49" N. B.
is de kust meer verbrokkeld, daarvoor liggen talrjjke
eilanden.
Is de kust van het noordelyk vasteland tamelyk
sterk ontwikkeld, het zuidelijke vasteland heeft eene
zeer eenvormige kust, met uitzondering van het zuide-
lijkst gedeelte, waar de talrijke inhammen (gorden) ten
gevolge van het ruwe klimaat en de armoede van het
land van weinig nut zijn.
Wat de verhouding tusschen hoogland en laagland
aangaat, komt Amerika het meest met Europa over-
een. Men vindt er betrekkelijk weinig hoogland,
terwijl een zeer groot gedeelte van het werelddeel wordt
ingenomen door laagvlakten, besproeid door de reus-
achtigste stroomen der aarde.
Hadden de meeste gebergten in de oude wereld
eene richting van het oosten naar het westen, in de
nieuwe treft men meestal bergketens aan, die van
5