Boekgegevens
Titel: De werelddeelen: aardrijkskunde voor de lagere school
Auteur: Boeser, J.C.; Neck, D.C. van
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1886
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1880
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200301
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De werelddeelen: aardrijkskunde voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
Het behoort grooteadeels tot het laagland; in het
zuidoosten vindt men een onvruchtbaar, hier en daar
met wouden bedekt bergland (de Ardennen), dat
in het noorden nagenoeg begrensd wordt door de M a a s
en hare bgrivier de S a m b r e. Hier en daar strekt het
zich even ten noorden dier rivieren uit en is daar zeer
rijk aan steenkolen en vroeger ook aan ijzer. Aan
den linkeroever der Maas vindt men eene streek heu-
velland, die uit vruchtbaren kleigrond (Limburgsche
klei) bestaat.
Ten noorden en noordwesten van dit heuvelland
strekt zich eene laagvlakte uit, waarvan de grondsge-
steldheid vrg wel met die van Nederland overeenkomt.
Het gedeelte, dat aan onze provinciën Noordbrabant
en Limburg grenst, is zand, dat slechts door buiten-
gewone krachtsinspanning tot bebouwbaren grond kan
gemaakt worden.
Het andere gedeelte, dat door de Schelde en hare
zijrivieren wordt besproeid en zeer laag gelegen is,
is uitstekend vruchtbaar. Daar vindt men grasrijke
weiden en vruchtbare akkers, die vooral tarwe, vlas
en hop opleveren.
In deze streken zijn landbouw en veeteelt de voor-
naamste middelen van bestaan, terwijl men in de
steden (Gent, Brugge) talrijke fabrieken, hoofdzakelijk
spinnerijen en weverijen, aantreft.
De steden langs de Maas (Namen, Seraing, Luik)
bloeien vooral door metaalfabrieken.
In de zuidoostelijke provinciën leven de bewoners
grootendeels van kolenbrander^.
De buitenkndsche handel van België is vrij aan-
zienlijk; hij heeft zijn brandpunt in Antwerpen (petro-
leum, spek), dat aan de voor de grootste schepen be-