Boekgegevens
Titel: Korte verhalen en merkwaardige bijzonderheden uit het leven van groote mannen
Auteur: Arrenberg, R.
Uitgave: Leiden: Noothoven van Goor, 1876 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 926
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200078
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Bekende mensen, Geschiedenis (vorm), Kinderverhalen (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte verhalen en merkwaardige bijzonderheden uit het leven van groote mannen
Vorige scan Volgende scanScanned page
VOOnVAL VAN DKN DAUPIilN VAN FRANKRIJK,
dôme keerende, zeide hij: »Gij heeren! zult wel zoo-
lang in den donker willen zitten; want ik heh maar
«ene kaars in huis." — Eindelijk kwam de wijn op
tafel, waar de prinsen lustig van dronken, terwijl zij,
daar zij grooten honger hadden, den schapehout met
roggebrood ook met graagte aten.
Nadat de maaltijd was geëindigd, vroegen zij den
pastoor, waar zij slapen zouden. Deze verklaarde niet
meer dan één bed te bezitten, hetwelk ter hunner biv
schikking stond. Men kwam overeen, dat de dauphin
er alleen op zou gaan liggen, en de hertog van Vendôme
en Enghien droegen stroo in de kamer en gingen daar
met den pastoor op rusten.
Bij het ontwaken des morgens, verzocht de pastoor
dat men hem een kwartier uurs tijd zoude vergunnen
om de mis te lezen, waarna hij weder bij zijne gasten
zoude komen. Zij verzochten, dat hij voor hen mede
zoude bidden en daarop begaf zich de pastoor naar de
kerk. Doch zoodra hij de deur uit was, haalden zij hunne
paarden uit den stal, toomden ze op en reden weg.
De pastoor thuis komende en niemand van zyne
gasten vindende, verbeeldde zich niets anders, dan dat
hij roovers gehuisvest had; derhalve doorzocht hij zijn
geheele huis, om Ie zien of zij hem ook iets ont-
vreemd hadden; ncïaar nu hij alles op zijn plaats vond
schold hij hen uit voor ondankbaren, die slecht op-
gevoed waren, dewijl zij hem niet eens voor zyn om-
haal hadden bedankt.
Ondertusschen heerschte er aan het hof eene groole
opschudding over het wegblijven van de prinsen, in-
zonderheid van den dauphin, daar men vreesde dat dien