Boekgegevens
Titel: Korte verhalen en merkwaardige bijzonderheden uit het leven van groote mannen
Auteur: Arrenberg, R.
Uitgave: Leiden: Noothoven van Goor, 1876 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 926
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200078
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Bekende mensen, Geschiedenis (vorm), Kinderverhalen (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte verhalen en merkwaardige bijzonderheden uit het leven van groote mannen
Vorige scan Volgende scanScanned page
HET UITEINDE VAN KAHEL 1.
beide partijen een leger tegen elkander te vele
brachten. De koning had het ongeluk geslagen te wo
den, en vluchtte daarop naar Schotland, doch, do(
de Schotten aan de Engelschen overgeleverd, wei
er door het parlemeiit een gerechtshof van hondet
drie en dertig personen benoemd, om den koning 1
vonnissen.
De procureur der aangestelde rechters betoogd
dat Karei Stuart, tot koning van Engeland met eer
bepaalde macht aangesteld zijnde, getracht had ee
onbepaald en tiranniek bewind uit te oefenen, e
diensvolgens schuldig was als een dwingeland,' vei
rader, moordenaar en openbaar vijand van het gi
meenebest.
De monarch gedroeg zich bij deze gelegenheid a
een groothartig vorst en koning. Hij verwierp het g(
zag van het over hem aangestelde gerechtshof en we
gerde zich daaraan te onderwerpen, maar wederlegd
echter met klem de tegen hem ingebrachte beschul
digingen. Driemaal werd Karei voor de balie van d
gerechsthof verhoord en telkens ontkende hij de wettig
heid er van. Toen hij ten vierden male verscheen, wer
het vonnis des doods over hem uitgesproken, hetwel
hij met eene mannelijke standvastigheid aanhoorde.
Toen de Vorst daarop naar de gevangenis werd t(
ruggebracht, liet men de soldaten toe, de uiterst
moedwilligheid tegen hem te plegen, en hem in h(
aangezicht te spuwen; zelfs, toen een der soldate
medelijden toonde over, de aldus vernederde en ver
trapte majesteit, werd hij door zijn officier, in tegen
woordigheid van den koning zoodanig geslagen, da